Het was in Mei 1605. 's-Heerenberg was wat kleiner dan nu, maar lag ook toen al tussen de Montferlandse bossen. Nederland was veel in oorlog geweest, waardoor het stadje veel geplunderd en bezet was. Ook had de pest veel mensen ziek gemaakt.
In die tijd woonde Mechteld ten Ham alleen in haar huisje in 's-Heerenberg. Mechteld kon goed met kruiden omgaan, en probeerde vaak de toekomst te voorspellen. Omdat de mensen bang waren voor dingen die ze niet kenden, noemde ze Mechteld een Heks. Ze werd hierom gepest en niemand wilde wat met haar te maken hebben. Hier had Mechteld helemaal genoeg van, en ze ging naar de rechter. Ze hoopte dat deze man, wijs als hij was, ervoor kon zorgen dat de mensen haar niet meer zouden pesten.
Er kwam een rechtszaak. Naar deze rechtszaak kwamen allemaal mensen toe.
Veel mensen vertelden leugens over Mechteld. Zo zou zij een paard en een kind gedood hebben, en de oogst laten mislukken.
Ook vertelde een jongen dat hij Mechteld met de duivel had zien eten. Mechteld ontkende natuurlijk alles. De rechters geloofden de mensen wel, en Mechteld moest naar de gevangenis. Daar werd zij gedwongen door een beul om alles toe te geven.
Ook moest zij de waterproef ondergaan. Zij werd in het water in Azewijn gegooid, en als ze zou blijven drijven zou ze een heks zijn. Mechteld had pech, want een luchtbel onder haar jurken zorgde ervoor dat ze bleef drijven. Het was nu bewezen; Mechteld ten Ham was een heks.
In de middeleeuwen werden heksen verbrand, en dat gebeurde ook met Mechteld. Op 25 juni 1605 werd Mechteld ten Ham op de brandstapel verbrand. Maar als ze echt een heks was, zou ze dat toch ook overleven?

